Met fierheid hebben wij ons gerealiseerd dat wij een echt verleden, een geschiedenis en wortels hebben. De traditie in stand houden en toch vooruitgang boeken, ervaring koppelen aan vernieuwing: het zijn boeiende avonturen wanneer we onze kracht putten uit het voortbestaan van een ondernemenig die ten minste 5 generaties werknemers heeft gekend.
Maar tegelijk beseffen we dat in de industrie niets mogelijk is zonder een symbiose tussen alle partners; kanten, leveranciers, bankiers, administraties. Allemaal hebben ze bijgedragen tot het succes en de groei van ons bedrijf.
Dit artikel brengt hulde aan al degenen die, vroeger en nu, een aandeel hebben gahad in het 140-jarige bestaan van onze onderneming en die bouwen aan haar toekomst.
Door de aanwezigheid van steenkool en ijzer was de streek van Luik reeds lang voor de 15de eeuw het Europese centrum van zowel de wapen- als de spijkersmederijen. In de 18de eeuw stelde de Luikse spijkerindustrie 15.000 mensen tewerk. De spijkers werden uitgevoerd naar Nederland, Duitsland, Spanje, Portugal, Italië, Turkije en hun kolonies. De Luikse ambachtslui genoten zo'n grote faam dat de Nederlands-Indische Compagnie aangaf dat de spijkers van 'Luikse makelij' moesten zijn.
De vermaarheid van de Luikse spijkers is deels te danken aan de kwaliteit van het gebruikte ijzer, dat meestal werd ingevoerd uit Zweden. Het waren trouwens de Walen die de Zweden in de 14de eeuw de techniek van de ijzerlegeringen aanleerden. Sindsdien hoefden ze nooit meer hun hoed af te nemen wanneer ze in Zweden vertoefden.
Tot de 19de eeuw bezat iedere spijkermaker een kleine smederij waar 4 tot 6 of 8 arbeiders werkten. Om een spijker te maken, nam men een ijzeren staaf en verwarmde die aan één uiteinde in de oven. Daarna vormde men met een hamer de steel van de spijker op het aambeeld. Vervolgens sneed men de spijker met de hamer af op een scherp stuk staal dat 'ciseau' werd genoemd. Men plaatste de afgesneden spijker met de scherpe punt in de 'cloyère' en maakte er met hamerslagen een kop aan.
Op die manier vervaardigde men spijkers met 'verloren' kop (spijkers zonder kop) voor meubelwerk, die slechts 1,2 g wogen, tot spijkers met en lengte van 37 cm voor de bouw van schepen.
In de 18de eeuw deed een spijkersmid er 2 dagen over om een partij staven om te vormen tot ongeveer 2500 middelgrote spijkers.
Vanaf het begin van de 19de eeuw moest de spijkersmederij geleidelijk plaats ruimen voor de mechanische produktie, die rond 1830 algemene ingang vond. Machines sneden de ijzeren staven en vervaardigden de punt en de kop van de spijker, zonder dat er een hamer aan te pas kwam en zonder de staven te verwarmen. De mechanische produktie was niet de enige reden waarom spijkers niet langer met de hand werden gemaakt. Heel wat soorten spijkers verdwenen zelfs voorgoed, omdat men ze gewoon niet meer gebruikte. Zo maakte men geen spijkers meer voor schepen omdat er geen houten schepen meer werden gebouwd, nog voor balgen omdat de smederijbalgen vervangen werden door ventilators, nog voor deuren omdat die niet meer werden voorzien van spijkers met grote koppen, enz...
Doordat spijkers niet langer manueel tot stand kwamen, raakten ze ook hun zogenaamde 'persoonlijkheid kwijt. Wanneer ze vroeger gewogen moesten worden, zag men onmiddellijk van welke spijkersmid ze afkomstig waren. De machine daarentegen zorgde voor een gestandaardiseerde produktie en liet geen 'merken' toe.
Onder meer daarom werd de kop van de machinaal vervaardigde spijker lange tijde mechanisch bedrukt met een stempel of met letters. Zo kon de industriële spijkmaker zijn produkten bekenheid bezorgen.
De familie Yvens zette de grote Luikse traditie voort en investeerde vanaf 1865 in de mechanische spijkerproduktie. Ze vestigde zich in de rue J.B Cools in Luik. De produktie bleef niet beperkt tot draadnagels en alle overige produkten die nog niet nechanisch te exploiteren waren, werden nog gesmeed: schoenspijkers, spijkers voor hoefijzers, speciale haken voor diverse beroepen.
In de zelfde periode deed een nieuw produkt zijn intrede: de leihaak. Deze haak was ontworpen en in zijn verschillende ontwikkelingsstadia geoctrooieerd door ambachtelijke leidekkers uit Frankrijk. Met deze nieuwe methode konden de leien eenvoudiger en sneller worden aangebracht, wat traditioneel gebeurde mer vierkante spijkers uit gesmeed koper. Deze haken kwamen eerst ambachtelijk tot stand, maar werden al heel snel mechanisch vervaardigd op machines voor het snijden en plooien van de draad. Met deze machines werden ook veren, fijne haken, enz... gemaakt.
De doelgroep werd steeds enger. bij Yvens werkte men steeds meer voor de bouwsector, dakdekkers, timmerlui en loodgieters-zinkwerkers. Het ging nu om een kleine moderne werkplaats net een tiental arbeiders. De klanten kwamen voornamelijk uit Wallonië en zelfs Luik. De hoogdagen van de Luikse spijkerindustrie en de wereldwijde export waren voorbij.
De overige Luikse werkplaatsen, eveneens vroegere smederijen van spijkermakers en wapensmeden, werden omgevormd tot kleine mechanische werkplaatsen. Samen voormden zij het grote Luikse industrienetwerk uit de eerste helft van de 20ste eeuw en traden zij op als toeleverings- en satellietbedrijven van de staal- en steenkoolindustrie. De boutenfabrieken, veerfabrieken, fabrieken van nechanische precisie- onderdelen en andere ambachtelijke staalfabriekanten waren destijds niet te tellen.
Maar bij ons weten hield alleen YVENS DECROUPET de eeuwenoude traditie in stand. De onderneming wierp zich op als het laatste bastion van de Luikse spijkerindustrie.
In 1968 waren de lokalen in de rue J.B. Cools verouderd. De onderneming verhuisde naar de gemeente Harzé, op 30 km van Luik, in een groen kader, uit de buurt van de woonzones. De huidige machines voor spijkerproduktie maken immers veel lawaai, wat in een stadsomgeving storend kan werken.
De nieuwe vestiging stelde het bedrijf vanaf het einde van de jaren '70 in staat om de werkplaatsen uit te breiden en te moderniseren. Er werden talrijken investeringen doorgevoerd en de onderneming groeide uit tot een volwaardige industrie.
In 2005 bestaan wij 140 jaar en hebben wij niet alleen het haafd kunnen bieder aan de eerste industriële revolutie in de sector (de mechanisering van de spijkerproduktie), maar ook aan de ineenstorting van de Luikse industrie na de Tweede wereldoorlog.
Terwijl het ene na het andere fabriekje uit de staalsector werd opgedoekt, als gevolg van de grote crisis in achtereenvolgens de steenkool- en de staalnijverheid, heeft onze activiteit een nieuw elan en internationale afnemers gevonden.
In België zijn wij momenteel marktleider in de produktie van speciale spijkers en haken in koper, aluminium en roestvrij staal. Onze produkten worden voornamelijk uitgevoerd naar Groot-Brittannië (waar wij een marktaandeel hebben van 35%), Frankrijk (25% van de markt) en Duitsland (15% van de markt). Maar we treffen ze ook aan in Italië, Denemarken, Nederland, Ierland, Tsjechië, Slovakije, Zwitserland en Oostenrijk.
Als fabrikant van kwaliteitsprodukten (vooral spijkers), met als voornaamste kenmerk de bestendigheid tegen corrosie door natuurlijke elementen zoals zoute zeelucht, of door vervuilende bestanddelen van bijtende lozingsstoffen, zijn wij ons ook beginnen toeleggen op de bescherming van de produkten na de fabricage. Onze automatische galvanisatielijnen zorgen ervoor dat stalen nagels via elektrolyse bedekt worden met zink en chroom. Deze stalen nagels, van de jongste generatie, zijn bestemd voor persluchtnagelmachines. Ze komen tot stand in grote vestigingen in België of het buitenland, de laatste grote fabrieken voor stalen nagels en haken in Europa, en worden bij ons bedekt met zink.
Deze stalen nagels worden vervolgens wereldwijd uitgevoerd, onder meer naar Spanje, Nieuw-Caledonië, Guadeloupe en de Verenigde Staten. Ze herbergen aldus een klein beetje van de know-how van de Luijse spijkermakers.